Time Management

‘Vierentwintig uren in een dag vind ik toch écht te weinig. Ik kom er alleszins niet mee toe.’ Ze kijkt me aan alsof ik de minuten-fee ben die haar tekort aan tijd voorgoed uit de wereld kan helpen. Anastasia, ik ken ze al van toen ze nog Staasje was. ‘Dàt is lang geleden,’ kirde ze toen ik net de koffiebar binnenwandelde. De tijd waar zij steeds te weinig van heeft, heeft weinig vat op haar gehad, want ze is nog niets veranderd.

‘Waarmee ben jij tegenwoordig allemaal bezig?’ Staasje kijkt me oprecht geïnteresseerd aan met haar grote, zwart omlijnde ogen.
‘Ik werk in de media en in mijn vrije tijd schrijf ik zo een beetje.’ zeg ik met enige fierheid.
‘Wat leuk! Ik ben zelf ook echt een creatieve duizendpoot. Organiseren, filosoferen, acteren en creëren: ik combineer het het liefst allemaal.’ kraait ze net iets te luid.
Normaal heb ik een hekel aan dit soort immer opgewekte mensen, maar om de één of andere reden intrigeert dit exemplaar me. Ik ben zelfs een beetje jaloers op haar tomeloze energie. Ze geeft me het vreemde gevoel dat het licht iets feller gaat schijnen wanneer ze praat.

‘Sinds drie jaar heb ik een blog,’ ratelt ze ongestoord verder. ‘Het loopt goed hoor! Al twijfel ik tegenwoordig of ik nog wel op het juiste spoor zit. Een blog is dat nu niet echt iets uit 2013? Misschien moet ik wel iets met tutorials gaan doen? Of vloggen? Maar ja, daar kruipt allemaal ook weer zo veel tijd in.’ Er valt een stilte, iets wat ongewoon is in haar aanwezigheid. Ze bijt op haar lip en begint nonchalant door het trendy magazine dat voor haar ligt te bladeren.

‘Ja, dat ga ik doen!’ zegt ze dan ineens beslist. ‘Ik start een vlog en dan interview ik elke week een inspirerend iemand. Dat is toch een goed idee?’
Staasje verwacht geen antwoord op die laatste vraag. In haar hoofd maakt ze al een lijst van BV’s die ze wil strikken voor haar nieuwe plan. Ze tokkelt genadeloos met haar gelnagels tegen haar koffiemok en tuit haar lippen even. Ik zit haar gebiologeerd aan te staren, overweldigd door haar aanstekelijk enthousiasme.

‘Heb je al eens iets gelezen op mijn pagina?’ vraagt ze dan ineens. Helaas wacht ze deze keer wel op mijn antwoord.
‘Nog niet, maar ik ben het zeker wel van plan.’
‘Het is wel iets voor jou denk ik! Ik richt me vooral op jonge, hippe vogels die het graag op hun manier doen. Zoals ik in feite. Ik bewandel ook nooit de platgetreden paden. Een ordinair geschenk uit de winkel dat is bij mij uit den boze! Neen, ik geef altijd iets zelfgemaakt en origineel.’
‘Klinkt leuk allemaal!’ glimlach ik schaapachtig. ‘Als ik straks thuis ben, ga ik zeker eens snuisteren op die blog van jou.’ Dat laatste lieg ik. Ik heb wel degelijk de intentie om haar blog te lezen, maar helaas zijn mijn dagen met hun vierentwintig uur soms ook gewoon te kort.

zakhorllll

Advertenties

Vogelverhaal

Beduusd staren we met zijn twee naar het natgeregende terras.
‘Zielig hé,’ zegt mijn vriendin. Ze laat haar vingers pathetisch langs het raam naar beneden glijden. Ik tuur meewarig naar de dode witte duif op de donkerblauwe tegels voor ons. Ze ligt er vredig bij, met haar oogjes dicht en haar beide pootjes in de lucht.

‘Hoe is ze daar terechtgekomen?’ vraag ik.
Mijn vriendin trekt haar schouders op en loopt naar de bank waar ze neerploft.
‘Tegen het raam gevlogen denk ik. Ze lag er al toen we vanmiddag van het boodschappen doen thuiskwamen.’
‘Een tragische dood,’ zeg ik en duw mijn neus tegen het raam.
‘Sht!’ sist mijn vriendin en wijst naar haar twee peuters die ongestoord op de mat aan het spelen zijn. ‘Ik heb hen verteld dat ze vast een vredesduif is, die moe is van al het vrede brengen in de wereld. Dat ze gewoon even een dutje doet en morgen wel weer vertrokken zal zijn om haar zware taak verder te zetten.’
Ik kijk mijn vriendin met grote ogen aan. Fascinerend hoe ze steeds weer de meest van de pot gerukte verhalen aan haar kinderen wijsmaakt om hen het leed des levens te besparen.

‘Tegen morgenochtend moet ik dat ding dus op de één of andere manier weg zien te krijgen.’ fluistert ze samenzweerderig in mijn richting. ‘Zo lang het er ligt, mogen de kinderen niet buiten. Stel je voor dat ze het vieze ding zouden aaien, ik moet er niet aan denken.’
Ik knik begrijpend. Wat doe je in godsnaam met een dode duif die je terras bezoedeld? ‘Misschien kan je ze in de tuin begraven?’ probeer ik.
‘Ben je gek? Ik kom daar niet aan hoor! Dat beest zit vast vol met enge bacteriën.’
Mijn vriendin zwijgt even en zegt dan beslist: ‘Ik weet wat ik ga doen! Ik ga ze met een schop over de haag gooien bij de buren, dan kunnen zij er maar een oplossing voor vinden.’
‘Ga je daar geen last mee krijgen?’ frons ik mijn wenkbrauwen.
Mijn vriendin grijnst. ‘De tuin van die marginalen hiernaast is sowieso een stort, een dode vogel meer of minder zal heus het verschil niet maken.’

Tevreden met haar plan staat mijn vriendin op en loopt naar het aanrecht.
‘Koffie?’ vraagt ze vrolijk.
‘Ja graag,’ knik ik. Ik denk even na over het net gesmede plan, mijn blik nog steeds op de dode vogel gericht. ‘Misschien is het nog zo geen gek idee,’ zeg ik dan en trek kort mijn schouders op. Ik draai me om en ga aan de keukentafel zitten, klaar voor mijn kop koffie. Mijn vriendin leunt glunderend tegen het aanrecht en zet tevreden haar handen in haar zij. ‘Vanavond, als het donker is, dan ga ik de tuin in en dan sodemieter ik dat dooie ding met een schop over de haag. Dan ben ik er vanaf en de kinderen kunnen weer buiten. Probleem opgelost!’
‘Ideaal!’ beaam ik met een glimlach.
‘Er is wel één probleem,’ zegt mijn vriendin dan ineens zacht, ‘we hebben geen schop.’

DUIF

 

 

Een verhalend ontbijt

Fris fruit danst zacht en zoet de nacht uit mijn ogen
tot hun vitaminen door mijn gestel gonzen
en ik aan een nieuw etmaal kan beginnen.
Ik voel me vitaal en verwend,
want daar is weer een dag om mijn leven te leiden
en erna als verhaal te kunnen vertellen.

20628940_10155508632937310_767721501_o

100 beschrijvende woorden

Ik kijk graag naar je. Je bewegingen zijn bijna altijd sierlijk. Het mooist ben je op feestdagen. Jouw fonkelende ornamenten laten het licht dan dansen, zelfs met jouw gebruikelijke krasjes.
Van alle zintuigen die ik als mens bezit, ben jij degene die de meeste van hen zou kunnen vervangen. Met jou zou ik bij wijze van spreken kunnen zien hoe een boek eruit ziet. Ik zou het zelfs kunnen lezen, mocht ik dat willen. Je leerde me de smaak van rijpe aardbeien kennen en de zachtheid van een pasgeboren kuiken. Alleen ruiken blijft een mysterie voor jou.
Mijn humeur wordt door jou steeds verklapt. Van hevig wapperend bij stress naar hoog in de lucht bij succes.
Met jou kan ik ontembaar boos zijn, zodat er niets meer heel blijft. Maar het liefst van al gebruik ik jou om graag te zien. Met woorden, al spreek je die dan enkel op papier. Of gewoon, door een tedere aanraking. (‘Ode aan mijn linker hand’)

handlinks

De Ochtenstond

wanneer ik ’s morgens wakker word
zie ik de donkere binnenkant
mijn donkere binnenkant
mijn oogleden, met lichtroze tint

eerst weet ik niets
dan hoop ik wat
doe veel en ben alles
met moeite

ik kijk naar de wereld
versteld en analytisch
dan ga ik van start
als dominosteentjes
eerst traag, maar steeds sneller
laat de koude nacht het liefst achter mij
als dat kan
en dan drink ik mijn koffie
met een melkje wolk

IMG_1952